Gedichten
Schilderachtige ziel
Mijn werk is eerlijk en puur
Grove en fijne structuren
Soms met een vleugje poëzie en geheimzinnigheid
Je gaat op reis zonder koffers
Mijn leven over een pad van stof en veren
Mijn ziel ontbloot onder de sterren
Fluisterend in de nacht naar iedereen die maar luisteren wil
Mijn vuur soms te heet
Geblust door realiteit en tranen
Tranen van vreugde, liefde en verdriet
Een reis vol wijze lessen
Wij allen een kind van deze aarde
Samen ieder voor zich…in harmonie
Isabel Lentjes
Vannacht kan ik
Vannacht
Bijvoorbeeld schrijven: ‘De nacht ligt aan stukken,
en blauw huiveren de sterren, in de verte’.
De nachtwind roert zich zingend in de hemel.
Vannacht kan ik de treurigste verzen schrijven.
Ik hield van haar en soms hield zij ook van mij.
In nachten als deze hield ik haar in mijn armen.
Zo vaak heb ik haar onder het eindeloze firmament gekust.
Zij hield van mij, soms hield ik ook van haar.
Hoe zou ik niet gehouden hebben van haar grote, stille ogen.
Vannacht kan ik de treurigste verzen schrijven.
Bedenken dat ik haar niet meer heb. Betreuren dat ik haar verloor.
Luisteren naar de onmetelijke nacht, onmetelijker zonder haar.
En het vers valt in de ziel als op het weiland dauw.
Wat geeft het dat mijn liefde haar niet kon behouden.
De nacht ligt aan stukken, en zij is niet bij mij.
Dat is alles. In de verte zingt een mens. In de verte.
Mijn ziel heeft met het verlies van haar geen vrede.
Alsof hij naar toe wil, zoekt mijn blik.
Mijn hart zoekt haar, maar zij is niet bij mij.
Dezelfde nacht maakt wit dezelfde bomen.
Wij, die van toen, zijn niet dezelfden meer.
Ik houd niet langer van haar, nee, maar wat hield ik van haar.
Mijn stem zocht naar de wind om aan haar oor te komen.
Een ander. Een ander zal ze toebehoren. Zoals ooit mijn lippen.
Haar stem, haar duidelijke lichaam. Haar oneindige ogen.
Ik houd niet langer van haar, nee, maar misschien houd ik van haar.
De liefde duurt zo kort en zo lang duurt vergetelheid.
Omdat in nachten zoals deze ik haar in mijn armen hield,
heeft mijn ziel met het verlies van haar geen vrede.
Al is dit de laatste pijn die zij mij doet,
en al zijn dit de laatste verzen die ik voor haar schrijf.
Pablo Neruda